top of page

Links zal intersectioneel zijn, of het zal niet zijn.

  • 20 jun 2017
  • 8 minuten om te lezen

Aurélie Lanctôt waarschuwt in een bijdrage voor de eerste editie van Lava voor de valkuilen van het spektakel-feminisme.[i] Aan de hand van een kritische analyse van de massale Women’s March, die een dag na Trump’s inauguratie plaatsvond in Washington, argumenteert ze dat dit nieuwe post-Trump feminisme niet veel meer is dan een ‘spectaculair’ rookgordijn. We lezen dat de Women’s March helaas ‘een triomf van de identity politics’, ‘een façade’, ‘een leeg omhulsel’ was. Het verdict: veel spektakel, weinig echte daadkracht.

Als mede-organisator van de Women’s Strike op 8 maart aan onze universiteit van Gent – een initiatief dat net als de Women’s March kaderde binnen de nieuwe, globale feministische beweging – wil ik graag een alternatief verhaal vertellen. Een verhaal dat ingaat tegen dit, laat ons eerlijk zijn, ietwat afgezaagde riedeltje uit radicaal linkse hoek van ‘die vervelende feministen met hun identiteitspolitiek altijd’. In dit artikel wil ik een aantal aannames uit Lanctôt’s artikel, die ook te horen zijn in bredere linkse kringen, weerleggen of nuanceren, om zo het debat te openen en een weg vooruit te zoeken. In tijden van een groter (niet toevallig vaak wit, heteronormatief en alfa-male) gevaar zou ‘het narcisme der kleine verschillen’ binnen links plaats moeten ruimen voor constructieve samenwerking en solidariteit tussen diverse sociale bewegingen, vakbonden en politieke partijen.

Ik zou durven stellen dat Lanctôt’s discours symptomatisch is en een verklaring biedt voor het huidige gebrek aan zo’n linkse samenwerking. Haar discours illustreert mooi het neerbuigend antagonisme en de gebrekkige gevoeligheid voor het belang van diversiteit, anti-racisme en intersectionaliteit in radicaal linkse cirkels. Mijn argument is daarom simpel: radicaal links zal divers zijn, of het zal niet zijn. Ik bedoel niet diversiteit als in kritiekloos dwepen met een harmonieus multicultureel samenlevingsproject, zoals het (neo)liberalisme dat doet. Maar het neoliberale monopolie op diversiteit betekent niet dat radicaal links vandaag het kind (het belang van culturele erkenning) met het badwater (het neoliberaal project) moet weggooien. Teruggrijpen naar een economisch reductionisme uit het begin van de vorige eeuw – mooi geïllustreerd in het discours van Vivek Chiber in de vorige editie van Lava[ii] - is niet de weg vooruit. Ik geloof in een én-én verhaal: zowel (economische) herverdeling als (culturele) erkenning en vertegenwoordiging doen ertoe. Meer zelfs, de twee zijn duidelijk gelinkt en kunnen niet los van elkaar verwezenlijkt worden. Een klassenstrijd kan niet plaatsvinden zonder een even centrale strijd tegen racisme en seksisme.

Dit heeft te maken met het feit dat economische precariteit en marginalisering niet toevallig vaak vrouwelijk en gekleurd zijn. De grootste uitdaging voor institutioneel en activistisch links vandaag is daarom het herinterpreteren en waarderen van culturele verscheidenheid, voorbij individuele identiteitspolitiek maar met erkenning van diverse onderdrukkende structuren. Want collectieve identiteiten als moslim-zijn, vrouw-zijn, zwart-zijn – identiteiten die steeds sociaal geconstrueerd en relationeel maar eveneens materieel en reëel zijn – doen er toe. Zwarte feministen zijn al decennialang bezig met de impact van seksisme, racisme en kapitalisme op hun dagelijkse beleving van onderdrukking door te denken in termen van kruispunten. Het warm water hoeft dus niet uitgevonden te worden, maar luisteren naar een ander en openstaan voor anti-racistische en feministische kritiek op links is wel een must.

I

De kracht van symboliek

Lanctôt: ‘Men heeft er genoegen mee genomen alles in te zetten op symboliek zonder aandacht te besteden aan de sociale verankering van de strijd.’

De kracht van symbolische acties wordt vaak onderschat. Symbolische, laagdrempelige solidariteit – in tegenstelling tot het (volgens Lanctôt) echte en bescheiden werk on the ground – sluiten elkaar niet uit, maar vullen elkaar net aan. Beiden zijn nodig. Uiteraard is de kans dat een hashtag, een t-shirt of een pussyhat de wereld zal veranderen miniem. Symbolische weerstand zonder sociaal activisme is in die zin zoals kunst zonder boodschap. Maar om daarom elk minder politiek kunstwerk af te schrijven als nutteloos of als een leeg omhulsel, is voorbij gaan aan de mogelijke esthetische troost dat het biedt aan de getormenteerde ziel. Symboliek doet er toe, al was het maar omdat het een gevoel van solidariteit, inspiratie, verlichting of erkenning kan creëren, van waaruit later opnieuw gemobiliseerd kan worden. Het opent nieuwe ruimtes voor verzet, het creëert nieuwe netwerken van activisme. Denk maar aan de impact van #niunamenos in Latijns-Amerika of #wijoverdrijvenniet in eigen land. Ook de Women’s March kan tellen: meer dan een miljoen vrouwenstemmen, uit alle sociale klassen en van alle etnische achtergronden, die op de voorgrond treden met de vagina (of pussy) in een glansrol. Dit alles afdoen als een slag in het water is oneerlijk. Zoals Rebecca Solnit het stelt: “Those who dismiss these moments because of their imperfections, limitations, or incompleteness need to look harder at what joy and hope shine out of them and what real changes have emerged because of them, even if not always in the most obvious or recognizable ways.”[iii]

Maar wat meer is, is dat het fout is te stellen dat de organisatie achter de Women’s March niet verder gedacht heeft dan het ‘spektakel’ van 21 januari. Tien feministische acties werden georganiseerd tijdens de eerste 100 dagen van de nieuwe Trump-administratie. Zoals Lanctôt zelf aanhaalt vond op 8 maart een nieuwe massale mobilisatie plaats, ditmaal om over te gaan tot een (symbolische of niet) staking tegen ongelijkheid in betaald en onbetaald werk. Een internationale actie die eigenlijk startte in Latijns-Amerika en Polen – het transnationale aspect van de nieuwe feministische wind is van niet te onderschatten belang in onze globale wereld – en daar een groot succes werd dankzij steun van de vakbonden. Dat er in de VS (en bij ons) nood is aan meer structurele verankering van de nieuwe feministische wind is daarom evenzeer de verantwoordelijkheid van bestaande instituties zoals vakbonden en linkse politieke partijen, als van de vrouwenbeweging zelf. En net daar wringt het schoentje vaak. Linkse, dikwijls witte en mannelijke actoren blijken te vaak onwillig om de intersectionele kaart te trekken.

II

Dragende structuren

Lanctôt: ‘Strijd moet ook worden voorbereid; er zijn structuren en mechanismen nodig om mensen bijeen te brengen om de afgesproken acties concreet te ondersteunen. Het mobiliseringswerk moet collectief worden gedragen.’

Institutionele structuren zijn inderdaad onmisbaar om sociaal protest om te zetten in een duurzaam project dat de neoliberale status-quo op een succesvolle, politieke manier uitdaagt. Eerder dan zich terug te trekken en te geloven in een utopisch, bottom-up links project waar directe democratie tot een harmonieus, communistisch en machts-vrij paradijs zal leiden, moeten linkse institutionele actoren en sociale bewegingen de handen ineen slaan om samen een succesvol tegenverhaal te schrijven dat in staat is om de bestaande institutionele macht te grijpen. Ik ben van mening dat idealisme en pragmatisme samen horen te gaan. Om hetzelfde lot als bijvoorbeeld de Occupy Wallstreet beweging of de Indignados te vermijden (activisme waar radicaal links opvallend vaak minder kritisch voor is dan voor de zogenaamde ‘identiteitspolitiek’ van feministen), moet de radicale, feministische boodschap van de Women’s March opgepikt worden door een duidelijk, geïnstitutionaliseerd radicaal links verhaal.

Zoals reeds aangehaald is het te makkelijk om de schuld voor het ontbreken van deze verankering bij feministen te leggen. Om dit te illustreren vertel ik graag over de Women’s Strike aan de Universiteit van Gent die opriep tot een feministische, diverse, slow science universiteit. Wie staking zegt, zegt vakbond. De vakbond van de UGent leek ons de ideale partner in crime om deze dag in al haar glorie te vieren. De eerste reactie van de vakbond was helaas eerder lauw. Een staking zat er toch niet meteen in, vonden ze. Misschien konden we er een debat van maken? Het weinige enthousiasme dat initieel uit de vakbond kwam op ons initiatief nam dan ook nog eens de vorm aan van ‘fluitleggen’ (mansplaining). Ons pamflet waarin we ijverden voor vrouwenquota – naast een hele reeks structurele veranderingen die het androcentrische en neoliberale karakter van de universiteit in het hart moesten raken – was toch de juiste oplossing niet, volgens hen.

Van een teleurstelling gesproken. Acht maart is traditioneel een dag waar arbeidersvrouwen opkomen voor waardigheid, gelijkheid en respect.[iv] Zelfs de meest dogmatische linkse zielen zouden deze dag moeten omarmen en uitvoerig vieren. Zonder de (financiële) steun van de vakbond werd het voor ons inderdaad moeilijk om minder geprivilegieerde vrouwen (poetspersoneel, restaurantmedewerkers etc) te mobiliseren om mee te staken. Het was zeker niet enkel universiteitsvakbonden, maar ook de nationale bonden die uitblonken in stilzwijgen omtrent acht maart. Blijkbaar vergeten de bonden dat een meerderheid van precaire jobs vandaag uitgevoerd wordt door vrouwen en/of POC? Dat 70% van de armsten op deze aardbol vrouw is, o.a. dankzij een ongelijke seksuele arbeidsdeling? Dat vrouwen harder dan mannen worden getroffen door de neoliberale golf (vnl. door privatisering en het afbouwen van sociale diensten)? Dat vrouwelijke minderheden daarenboven met gortig racisme en discriminatie te maken krijgen op de arbeidsmarkt? Het feit dat we op termijn toch een redelijk succesvolle gemeenschappelijke strijd konden uitbouwen aan de universiteit van Gent, mét logistieke steun van de vakbond, verdoezelt helaas de kern van het probleem niet: institutioneel links is nog te vaak een exclusief wit en mannelijk verhaal, zowel qua personages als qua inhoud.

III

Radicaal linkse intersectionaliteit

Lanctôt: ‘Men beklemtoonde vooral de diversiteit van de vertegenwoordiging, alsof de symbolische bezetting van het veld onze definitie van vooruitgang en gelijkheid belichaamde.’

De organisatie van de Women’s March was uitgesproken intersectioneel. Zwart, wit, gesluierd, LGBTQ; iedereen maakte een vuist tegen het seksisme, racisme en heteronormativiteit van Trump’s nieuwe neoliberale nachtmerrie. Niet zozeer de beklemtoning van diversiteit, maar wel het feit dat de Women’s March niet nog méér divers was, is in mijn ogen het probleem. Het belang van zo’n (symbolisch) diverse vertegenwoordiging wordt te weinig begrepen in witte linkse cirkels. Daar blijven het belang van anti-racisme en feminisme (d.m.v. politieke representatie en culturele erkenning) zwaar ondergeschikt aan de strijd tegen het neoliberalisme. Een en ander heeft wellicht te maken met het idee, dat nog steeds leeft bij mannelijk, wit links, dat het einde van seksisme en racisme er wel zal komen wanneer er komaf is gemaakt met het kapitalisme. Alles lijkt ondergeschikt aan het klasse-vraagstuk dat de bron is van al het maatschappelijke kwaad en dat de eerste prioritaire strijd moet zijn. Culturele of politieke onrechtvaardigheid (bv. kwesties als harassment van moslima’s op en naast het werk, wijdverspreid androcentrisme, geweld tegen LGBTQ-groepen, seksuele objectivering, gender stereotypen, huiselijk geweld, de gebrekkige vertegenwoordiging van minderheden in de publieke sfeer…) vinden blijkbaar allemaal hun wortels in de problematische verhoudingen tussen arbeid en kapitaal. Radicaal links gaat voorbij aan het feit dat het einde van het neoliberalisme – dat sowieso niet voor morgen zal zijn – niet per se het einde zal betekenen, noch iets concreet verandert aan de huidige urgentie, van bijvoorbeeld geweld tegen vrouwen en LGBTQ’s.

Het probleem is dat men weigert te vertrekken vanuit de dagdagelijkse, reële ervaringen van onderdrukking, waar neoliberalisme, seksisme en racisme op elkaar ingrijpen en elkaar versterken. Meer zelfs, het huidige economisch reductionisme van radicaal links is de oorzaak voor het uitblijven van een succesvolle linkse strijd. Bernie Sanders die te weinig inzette op de zwarte bevolking in de aanloop naar de verkiezingen[v] en die recent nog zijn steun uitsprak voor een anti-abortus politicus[vi]. Radicaal linkse politieke partijen in België (en elders in Europa) met voornamelijk witte mannelijke boegbeelden. De Waalse PS die hoofddoeken verbiedt. Witte mannen die elke vorm van anti-racistische of feministische kritiek op links wegzetten als ongegrond of als ‘identiteitspolitiek’. Een bijna exclusieve focus op de problemen van de witte, achtergestelde arbeidersklasse, terwijl het niet-witte werkvolk al veel langer met uitbuiting en discriminatie te maken krijgt. Vrouwen en zwarte minderheden die massaal Hillary stemmen in de VS… Het is allemaal een uiting van het feit dat radicaal links socio-culturele diversiteit bijlange niet serieus genoeg neemt. En om even in eigen boezem te kijken, hoeveel auteurs met migratie-achtergrond telt Lava eigenlijk? Dus laat mij het argument van Lanctôt omdraaien. Het zijn niet de feministen van de Women’s March (of de anti-racisten van Black Lives Matter, om de redenering door te trekken) die hun strijd sociaal moeten leren verankeren. Het is vooral institutioneel links, met vakbonden en radicaal linkse politieke partijen op kop, dat zich complexloos intersectioneel moet gaan opstellen. Tot die dag er komt, zal links niet in staat zijn om de macht te grijpen om een breed-gedragen anti-neoliberaal, anti-racistisch en anti-seksistisch alternatief voor onze maatschappij uit te werken.

[i] https://lavamedia.be/de-valkuilen-van-het-spektakel-feminisme/

[ii] https://lavamedia.be/klasse-redden-van-de-culturele-wending/

[iii] Solnit, R. (2010). Hope in the dark. Canongate Books.

[iv] Hier kun je onder meer de Belgische geschiedenis van 8 maart lezen: https://catherineongenae.com/2017/03/06/vrouwen-aller-landen-staakt/#more-1315

[v] https://www.theguardian.com/commentisfree/2016/may/03/bernie-sanders-failure-diversity-hispanic-black-voters

[vi] http://edition.cnn.com/2017/04/23/politics/bernie-sanders-heath-mello/

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page