Feministische omwenteling of autoritair gemanoeuvreer? Wat Tunesië en Saudi-Arabië gemeen hebben als
- 22 dec 2017
- 3 minuten om te lezen
Op het eerste gezicht lijken Tunesië en Saudi-Arabië niet veel gemeen te hebben. Daar waar Tunesië sinds de ‘Arabische Lente’ bekend staat als het democratische succesverhaal van regio, heeft Saudi-Arabië de reputatie van ultraconservatief, olierijk en verre van democratisch te zijn. Toch is er een belangrijke gelijkenis tussen beide landen: recent stemden ze een ‘feministische’ wetgeving. In Tunesië kregen vrouwen de toestemming om niet-moslims te huwen, wat lange tijd enkel het voorrecht van Tunesische mannen was. In Saudi-Arabië kregen vrouwen, na decennialang protest, eindelijk het recht om in auto te rijden. De Westerse pers onthaalde beide beslissingen op een salvo aan lofbetuigingen, ervan overtuigd dat een meer vrouwvriendelijke toekomst zich aanbood in de MENA-regio.
Daar houden de parallellen tussen Tunesië en Saudi-Arabië echter niet op. In beide landen waren het vrouwenactivisten die het voortouw namen om beide verboden af te schaffen. In Tunesië lobbyden ‘de Democratische Vrouwen’ (ATFD), de belangrijkste vrouwenrechtenassociatie van het land, sinds jaar en dag om de vrouwonvriendelijke wetgeving, die enkel vrouwen verbiedt om niet-moslims te huwen, op te doeken. In Saudi-Arabië kropen vrouwen geregeld achter het stuur in protest tegen de misogyne ban op autorijden. Een van de bekendste campagnes tegen de ban, ‘Women2Drive’, leidde in 2011 tot de arrestatie van verschillende activistes, waaronder initatief-neemster Manal al-Sharif. Ondanks verschillende acties stootte het grassroots protest in beide landen jarenlang op een muur van politieke onwil tot hervorming.

Tot in het najaar van 2017, wanneer beide bannen plots afgeschaft werden. Hoe kan men deze ommekeer verklaren? Opnieuw zien we een parallel in beide landen. Het lijkt erop dat de politieke leiders in Tunesië en Saudi-Arabië de vrouwenkwestie hebben gebruikt als ultiem afleidingsmanoeuvre om minder democratische praktijken in eigen land toe te dekken. In Tunesië kwam de beslissing om het interreligieus huwelijksverbod af te schaffen merkwaardig genoeg 24 uur nadat een erg gecontesteerde parlementaire beslissing was genomen. Het parlement keurde immers net goed dat ambtenaren die onder het autoritaire Ben Ali-regime hadden gediend – voor de volksopstand in 2011 – amnestie zouden krijgen. Dit tot groot ongenoegen van de democratische volksbeweging ‘Manish Msameh’ (‘Wij vergeven niet’) die er sinds 2015 voor pleit om voormalige medewerkers en businesspartners verantwoordelijk te stellen voor begane mensenrechtenschendingen en corruptie. Het lijkt geen toeval dat de nieuwe vrouwvriendelijke wetgeving rond interreligieus trouwen er kwam in de directe nasleep van deze erg omstreden parlementaire beslissing.
In Saudi-Arabië kwam de beslissing om vrouwen toe te staan om in auto te rijden opmerkelijk genoeg 24 uur voordat de mensenrechtencommissie van de VN opriep om een team van onafhankelijke onderzoekers naar Saudi-Arabië te sturen om mogelijke oorlogsmisdaden te onderzoeken in Jemen. Saudi-Arabië maakt zich sinds 2015 schuldig aan een van de bloedigste oorlogen en hongersnoden in Jemen, in een proxy-oorlog die dient om het regionale machtsspel tussen Saudi-Arabië en Iran te beslechten. Naast de trieste oorlog in Yemen sloot Saudi-Arabië in september 2017 ook meer dan 40 mensenrechtenactivisten op, wat leidde tot internationale verontwaardiging. In deze context lijkt het er sterk op dat het afschaffen van de autoban een prima middel was om internationaal de aandacht af te leiden van minder rooskleurig nationaal nieuws.
De recente stappen (of eerder, baby-stapjes) van beide landen in de richting van gendergelijkheid moeten dus eerder begrepen worden als een manier om de aandacht van het Westen af te leiden dan als een feministische omwenteling. Het is niet de eerste keer dat de vrouwenkwestie aangewend wordt in de regio (maar ook elders ter wereld) voor andere politieke doeleinden; een politiek van top-down staatsfeminisme verhult wel eens vaker een andere politieke agenda. Bovendien is het maar de vraag of het afschaffen van een verbod op autorijden of een interreligieus huwelijk echt het verschil maakt als het om vrouwenrechten gaat. Een rechtvaardige samenleving voor vrouwen vereist wel wat meer en lijkt onmogelijk zonder diepgaande democratisering, socio-economische rechten en het einde van een patriarchale samenleving; iets waar beide landen nog een lange weg te gaan hebben.
Opmerkingen